blog

Prospect and Refuge: inspiratie uit de ‘wildernis’

Een van de omgevingspsychologie theorieën die mij erg aanspreekt is de ‘Prospect and Refuge-Theory’ van Appleton (1975): Evolutionair gezien vinden mensen het grensgebied tussen savanne en jungle prettig: het biedt overzicht en bescherming. En dit kan worden vertaald naar moderne ontwerpprincipes.

Struinen op de ‘Savanne’

Twee weken geleden was ik met mijn vriendin op Terschelling. Ik ben er nu een paar keer geweest en ik merk dat ik verliefd begin te worden op het eiland, met name omdat delen nog behoorlijk ongerept aanvoelen, zonder aangelegde paadjes, maar wel open om te lopen waar je wilt. Ook over de duinen en de ‘savanne’ ook waar runderen en paarden vrij rond lopen. Dat kom je niet vaak meer tegen in Nederland.

Op de eerste dag maakten we een prachtige wandeling. We struinden door lage grassen, mossen, duinzand. Moesten op gegeven moment om een flinke groep runderen heen. De 25 meter afstand tot de dieren die je als wandelaar moet proberen aan te houden, ging deze keer echt niet lukken, omdat de strook waar we wandelden aan beide zijden beperkt was door lange drassige stroken met ondoordringbare bosjes. Gelukkig bleven ze rustig staan, grazend, af en toe op kijkend naar wie hun territorium nu weer betrad.

We hielden de app Komoot een beetje in de gaten, zodat we niet ineens onszelf klem zouden lopen, zoals mijn vriendin een paar jaar geleden had. Het pad waar ze over liep werd steeds minder zichtbaar, maar vol vertrouwen wandelde ze verder. Tegen de tijd dat ze de weg naar huis probeerde te vinden, bleek ze keer op keer ingesloten; de ene keer door water of bosjes, de andere keer door een compacte groep runderen, dan weer door loslopende paarden die onstuimig aan het rennen en bokken waren of door – zowaar – een prikkeldraad afzetting. Het duurde haar nog zeker anderhalf uur voordat ze de weg eruit had gevonden. Google maps bood toen geen soelaas en Komoot kende ze / bestond nog niet.

We genoten van de savanne-achtige uitstraling van het duingebied. Nadat twee uur lopen kwamen we op een stuk dat me ineens deed denken aan die theorie over Prospect and Refuge: een strook langs de bosrand en met uitzicht over de duinen. En ik voelde het effect van dit overgangsgebied; het biedt mooi uitzicht over het open land en de dieren in de verte en voelt tegelijkertijd beschut door het bos waar je makkelijk een schuilplek kunt vinden. Grappig om zo te voelen dat zo’n evolutionair principe nog steeds impact heeft op ons.

"We voelen ons aangetrokken tot ruimtes die zowel een helder zicht op de omgeving als een gevoel van beslotenheid bieden."

DOSEN & OSTWALD, 2016

Jay Appleton (1919 – 2015) was een geograaf en academicus aan de Universiteit van Hull in Groot-Brittannië. Hij staat bekend om zijn werk op het gebied van ruimtelijke ervaring, esthetiek en omgevingsperceptie, met name zijn prospect-refuge-theorie die in 1975 werd uiteengezet in ‘The Experience of Landscape’ (Houghton-Moss, 2015). Zijn theorie stelt dat mensen zich van nature aangetrokken voelen tot ruimtes die hen kansen bieden om te reageren op hun behoeften om hun omgeving te beoordelen op potentiële kansen (prospect), zonder zichtbaar te zijn (refuge), iets dat een gevoel van veiligheid creëert (Appleton, 1975, 1984).

Oftewel: we voelen ons aangetrokken tot ruimtes die zowel een helder zicht op de omgeving als een gevoel van beslotenheid bieden (Dosen & Ostwald, 2016). Er wordt beweerd dat dit voortkomt uit evolutionaire processen, waarbij mensen als roofdieren in oorspronkelijke omgevingen hun prooi moesten kunnen zien zonder hun locatie prijs te geven of gezien te worden door andere roofdieren. (bron: oa ArchPsych)

De voortent

In lezingen en workshops vertel ik ook regelmatig over een – iets andere – vorm van zo’n overgangsgebied waar je overzicht hebt op en contact met je omgeving en tegelijkertijd de veiligheid achter je voelt. Het levert elke keer gegrinnik op in het publiek, onder andere omdat ik het met enig leedvermaak vertel. Ik vertel dan namelijk over mijn ervaring met de voortent van onze camper – niet mijn natuurlijke habitat als ik eerlijk ben.

Een paar jaar geleden stonden we daar. Ik hou niet zo van campings, maar mijn vriendin wilde zo graag eens een zomer avontuurlijk rondtrekken met een camper: steeds nieuwe plekken ontdekken terwijl je wel je eigen ‘thuis’ bij je hebt. Ik vond het leuker dan ik had verwacht. Vooral ook die voortent: de ideale plek voor een kort praatje met je buren, maar zonder dat ze naast je komen zitten. Collectief en privé, een mooie combi. Ik merkte dat het contact met de buren op die manier veel sneller tot stand kwam, zonder dat ik mijn privéruimte op hoefde te geven. En door dat contact voelde ik me weer sneller thuis op de campings.

"Het is waardevol om te weten van dit soort ‘oerprincipes’ en de positieve invloed die ze hebben op de mens – ook op de moderne. "

PIM VAN DER VEN | JULI ONTWERP & JULI ADVIES

Een goede overgangscoëfficiënt

Het is waardevol om te weten van dit soort ‘oerprincipes’ en de positieve invloed die ze hebben op de mens – ook op de moderne. De theorie van Prospect and Refuge (uitzicht op mogelijkheden in combinatie met beschutting) is bovendien heel goed te vertalen naar onze leefomstandigheden nu: door het in woonomgevingen creëren van plekken die datzelfde effect hebben. Veranda’s, het privé stoepje naast je voordeur afgezoomd met bijvoorbeeld een plantenbak, de diepe erker of andere ontwerpmiddelen die het huis een actieve relatie met de openbare ruimte geven. Je ziet de straat, het pleintje, wat er te doen is, maakt een praatje, maar je bent nog in de sfeer van je huis, je veilige plek. Ontmoeten wordt makkelijker en tegelijk kun je altijd kiezen: ga ik meedoen met wat er te doen is op straat, blijf ik toeschouwer, of ga ik naar binnen, weg van de drukte.

We noemen dat een goede overgangscoëfficiënt: een geleidelijke overgang van het private van het woonhuis naar het publieke van de straat via een overgangszone: een zone die een beetje van het huis is en een beetje van de straat (of het plein, het hofje). Steden worden er zachter van en sociaal veiliger. Mooi bijkomend voordeel: de bewoners voelen meer eigenaarschap over de openbare ruimte. Bovendien geeft het meer sociale veiligheid (vanwege de ‘eyes on the street’, zoals socioloog Jane Jacobs dat zo mooi noemt). Kortom, een heel krachtig en belangrijk ontwerpmiddel.

Na onze heerlijke wandeling, waarbij we het laatste stukje weer om de runderen heen moesten laveren, gingen we terug naar het hotel waar we verbleven en nestelden ons met een boek op het balkon met uitzicht op de duinen. En op de mensen die er rond liepen. De afstand was hier iets groter, maar het gevoel van verbinding met de omgeving en de mensen daarin bleef. Ook dit is een mooie overgangszone, merkten we.